Pech

Deze column had ik net zo goed ‘VOOR -Oordelen’ of ‘Dat belooft wat’ kunnen noemen maar ik ging toch voor PECH, want ja af en toe krijgen we allemaal te maken met pech. Zo ook wij, op een drukke zaterdag rijden we richting Moerkapelle. Op de hoogte van Zevenhuizen zijn ze bezig met wegwerkzaamheden wat betekent dat we om moeten rijden, wij snappen het wel maar de DomDom niet helemaal.

Bij elke bocht die we nemen, of dat we rechtdoor rijden krijgen we de opdracht terug te keren. We noemen hem ook niet voor niets DomDom ! Langs de weilanden zijn we zoekend naar Moerkapelle, als ik op mijn klokje kijk en zie dat het inmiddels half twee is schiet er een tak tussen onze wiel en wielkast in, dat denken we dan. Net op de rotonde brengen we de auto tot stilstaan. Bij het openen van de motorkap springt er een snaar, de zogeheten V-snaar. Daar staan we dan op de rotonde, met een open kap en ook nog eens strak in pak. Beneden aan de dijk is een woonwagenkamp gehuisvest, op m’n hakken met mobiel loop ik de dijk af en spreek twee jongens aan die net de eerste woonwagen op het kamp willen verlaten. Ik vraag de jongens of vader of moeder thuis is. Met een gezicht vol verbazing word ik door twee jonge knullen bekeken. Ik voel dat ze denken, wat moet dat mens hier. Eén van de jongens laat me weten dat iets verderop zijn opa en oma wonen en dat ik hun maar moet aanspreken. Vol vertrouwen loop ik richting opa en oma als ik tussen de waslijnen een blonde vrouw de was zie ophangen. “Mevrouw, kunt u mij misschien helpen, ik heb een taxi nodig maar weet begod niet waar we zijn. Ik leg uit dat we boven op de dijk staan met auto pech en dat we om kwart over twee in Moerkapelle moeten zijn voor een Herdenkingsdienst in het ‘Land van Belofte’’. Vol verbazing zie ik me bekeken worden als op dat moment een meneer de schuur uit komt lopen en vraagt wat er allemaal aan de hand is. Ik leg meneer uit wat ons is overkomen en vraagt of hij mij misschien kan helpen een taxi te bellen, waarop meneer zegt : “Ik ken het Land van Belofte niet maar ik breng jullie wel, Moerkapelle is hier niet ver vandaan’. Ik kan de man wel knuffelen. Samen lopen we de dijk op waar meneer onze auto bekijkt en zich verbaasd uitspreekt dat het wel heel bijzonder is dat een relatief nieuwe auto te kampen krijgt met een gesprongen V-snaar. Samen met meneer duwen we de auto de rotonde af om deze vervolgens te parkeren op de dijk. Ik zie me nog duwen, op hakken, strak in pak en inmiddels een hoofd met verwilderd haar. Als we rond de klok van twee uur in de kleine zilveren auto van meneer zitten komen we er achter dat Mario z’n zonnebril nog op heeft en dat z’n goede bril (anders ziet hij niets), portemonnee en de oplader van de telefoon nog in de auto liggen. Op naar Land van Belofte, dat belooft wat !  Bij aankomst zijn we niet alleen op tijd maar ongelofelijk dankbaar dat Nico Stuiver, want inmiddels weten wij bij wie wij in de auto zitten, vóór de komst van de familie op de  bestemming zijn gearriveerd.  In eerste instantie weet ik niet hoe ik Nico moet bedanken dan hem toch die dikke knuffel te geven. Voordat hij vertrekt noteer ik zijn adres zodat we straks de ANWB kunnen vertellen waar we staan, Nieuwkerk aan den IJssel !

Ik zie nog het gezicht van de eigenaar van het Land van Belofte als we samen uit het kleine autootje stappen en de man op badslippers met een korte spijkerbroek uitzwaaien. Met niet al te veel woorden laten we weten dat onze auto met pech op de dijk in Nieuwkerk aan den IJssel staat. We overleggen hoe het nu verder moet terwijl we samen staan te wachten op de weduwe en haar kinderen. We besluiten dat we m’n schoonzus en zwager bellen om Mario op te halen om hem vervolgens naar Nieuwkerk aan den IJssel te brengen waar we tussen 17.00 en 18.00 uur de ANWB kunnen verwachten. Terwijl ik weet dat Mario zonder bril zo kippig is als een kip wijs ik hem erop de zonnebril af te doen omdat dat nou eenmaal niet kan en gepast is. Inmiddels  arriveren de eerste familieleden. Zonder blik of blozen ontvangen wij alle gasten zo als het hoort en heeft niemand in de gaten in welk avontuur wij het afgelopen uur zijn beland.
De locatie is ‘BUITEN’gewoon. We weten niet wat we zien als we de dag voor de herdenking samen een bezoek brengen, een stuk land vol belofte, niet alleen mooi maar adembenemend om sprakeloos van te worden. Als ook blijkt dat de overledene een buitenleven nastreef is de cirkel rond en zijn we allemaal ervan overtuigd dat het Land van Belofte veel belooft.
Als de Herdenking in volle gang is zie ik Mario vertrekken met schoonzus en zwager. De afgelopen dagen heb ik meneer leren kennen als een bijzondere man en dat wordt tijdens de herdenking meer dan duidelijk. Ik heb bewondering en respect als je in volle overtuiging je lichaam afstaat aan de wetenschap. Deze man vond dat hij tijdens zijn opleiding tot kinderarts zoveel heeft geleerd van al die lichamen waar hij zijn studie op heeft weten te behalen dat hij uit moreel aspect zich verplicht voelde dit te evenaren. Naar mijn mening is dat niet alleen bijzonder maar zegt het ook heel veel over de man waar wij een herdenking voor hebben mogen realiseren. Mijn gedachten aan zijn partner en kinderen is groot omdat ik mij realiseer hoe de dagen na het overlijden zijn geweest. Je partner en vader overlijd en binnen enkele uren is er geen ruimte meer om even samen te zijn met je dierbare, geen moment om hem nog even aan te raken, gewoon even naast hem te zitten, z’n hand vast te pakken. Binnen een paar uur is de overledene niet alleen dood maar ook weg ! Ik realiseer mij dat ook ik dit stukje van doodgaan en afscheid nemen heel moeilijk vind, mijn respect en bewondering spreek ik dan ook hardop uit, terwijl ik met al mijn begrip en liefde 3 jonge mensen en een partner opvang en hun help door te kunnen gaan na een hele mooie herdenkingsdienst. Net voor zessen zwaai ik de familie uit, wat nu ? Geen Mario, geen vervoer. Daar sta ik dan zonder helemaal niets, geen telefoon, geen geld, behalve mezelf en ik !

Ik besluit richting het dorp te lopen en zie wel waar mijn weg gaat eindigen. Na een kilometertje besluit ik mijn voettocht voort te zetten op mijn blote voeten voorzien van pantykousjes. Met in de ene hand mijn hakken en in mijn andere hand een tasje met de condoleances en mijn colbertje loop ik langs koeien en boerderijen als ik een boerin aanspreek met de vraag of ik misschien even zou mogen bellen ? Zonder twijfel krijg ik een mobiel om vervolgens Mario te bellen. De ANWB is net gearriveerd, kwart voor zeven ! Ik laat weten dat ik aan de wandel ben gegaan en richting het centrum loop van het dorp. Mijn schoonzus en zwager komen mijn kant op, krijg ik te horen. Als ik de kerk nader rijden mijn schoonzus en zwager mij met een vaart voorbij, ik zwaai met mijn hakken in de lucht, fluit op mijn vingers, het maakt allemaal niet uit iedereen reageert behalve diegene waar het voor bedoeld is. Ik besluit op de trappen van de kerk plaats te nemen in de wetenschap dat ze straks terugkeren om vervolgens mij weer te passeren. Als het mij een beetje te lang duurt besluit ik een jonge knul aan te spreken die iets verderop in de straat met zijn fiets en een mobieltje staat te staan ? Het mobieltje is erg interessant, ik vraag of ik misschien even zou mogen bellen. De jonge man kijkt me aan en concludeert dat ik op blote voeten naast hem sta. Ik leg uit dat zojuist mijn schoonzus en zwager voorbij zijn gereden en mijn man in Nieuwkerk op de rotonde met een kapotte auto staat. Een week geleden wist ik totaal niet waar de jongeman het over zou hebben als hij verteld dat hij een spelletje aan het spelen is, dat ik zeker mag bellen als hij de Pokémon heeft gevangen ? Nu moet ik er om lachen maar begrijpen deed ik het op dat moment niet, ik dacht dat dat een rage van jaren geleden was, in eerste instantie dacht ik dat hij gek was maar goed, inmiddels GO for it !  Wanneer de jongen het telefoonnummer van Immortality intoetst en daarop reageert met dat we wel een heel makkelijk nummer hebben zeg ik hem dat ik hoop dat hij dat nummer nooit hoeft te bellen. De jongen kijkt me aan met een glimlach, ‘Zoals het nu gaat vrees ik dat ik je straks hard nodig heb want met het vangen van de Pokémons ben ik mijn leven niet zeker’. Ik laat Mario weten dat zojuist zijn zus voorbij is gereden en ik nog altijd op straat sta, midden in het dorp bij de kerk. In de verte zie ik ze aan komen rijden en met een speurt, nog volop lachend over de uitspraak van een Pokémon vanger, ren ik de weg over en stap in de auto. M’n schoonzus kan het niet laten de opmerking te plaatsen dat het voor mij niet uit maakt waar ik ben of sta, met of zonder pech, ik altijd wel moet lachen om welke situatie dan ook waar ik in beland ben. Ik leef vandaag en vandaag is een mooie dag, ook al zou de zon niet schijnen want vandaag mocht ik samen zijn met lieve mensen die mijn pad zijn gekruist, heb ik mogen ervaren dat de mensheid bijzonder is en sommige heel speciaal, ik weet nu waarom ik probeer nooit te oordelen maar gewoon lief te hebben en de auto die is inmiddels voorzien van een nieuwe V-snaar.