TROTS

De eerste keer is best wel eng. Ook voor mij. Mensen kunnen het bijna niet geloven en toch is het zo. De eerste keer dat ik een overledene zag was behoorlijk eng. Notabene was het ook nog eens mijn opa die alleen op een kamertje lag in het ziekenhuis. De familie zat te wachten op de dokter terwijl ik even bij opa ging kijken. Terwijl ik op het randje van zijn bed zat haalde opa voor de laatste keer adem.

Ik schok me rot en ik weet nog dat ik een tijdje naar hem zat te kijken omdat ik het best wel mooi vond en tegelijkertijd ook heel eng. Opa was overleden en niemand die het nog wist, best raar. Toen ik in 2005 de uitvaartopleiding ging volgen en stage moest lopen ging ik met knikkende knieën een hele dag overledene ophalen en verzorgen. Wat zag ik hier enorm tegenop. Allemaal vreemde mensen en nog dood ook ! Maar wie A zegt, zegt ook B en ook al mocht ik ervoor kiezen om dit helemaal niet te doen vond ik dat ik een goede uitvaartverzorgster zou worden als ik alle facetten van het uitvaart vak zou ervaren en eigen zou maken. Daar ging ik, letterlijk en figuurlijk, het was doodeng. Eind van de dag en 8 overledene verder reed ik op mijn fietsje huilend naar huis. Wat ik zo eng vond en alsmaar uitstelde was zo mooi. Ik, Madeleine, die voor overleden had gezorgd, mensen die ik helemaal niet ken. Ik heb ze gewassen, aangekleed en netjes in de kist gelegd of op bed. Ik voelde mij zo rijk en gevuld met warmte en liefde. Allemaal mensen, gewoon mensen die niet meer leefden maar wel gewoon nog altijd mensen zijn. Nu inmiddels 11 jaar later is dat gevoel nog altijd hetzelfde. Het zijn nog altijd mensen en ik vind dat ik er goed voor moet zorgen. De vader, de moeder, het kind, de broer, de zus, het maakt niet uit allemaal mensen waar iemand anders van heeft gehouden. Stiekem hou ik ook van ze want ik ben nog altijd een dankbaar mens dat ik voor hem of haar heb mogen zorgen. Zo ook afgelopen januari toen we ’s nachts binnen kwamen bij twee dochters waar moeder was overleden. Eén dochter vond het maar niets, zij bleef maar op een afstand, de gedachte te helpen bij de verzorging en het aankleden van moeder was helemaal niets voor haar. De andere dochter wist het niet zo goed. Misschien niet helpen maar er bij zijn dat vond ze wel heel mooi. Uiteindelijk stonden er twee dochters en een kleindochter bij het bed, één hielp een beetje mee en de ander was er bij. De dagen gingen voorbij, steeds een stukje dichterbij, beetje bij beetje werd het ook voor haar iets heel natuurlijks, zelfs zo gewoon om moeder even haar handen vast te pakken bij het maken van een prachtige foto, van de handen van twee dochters met de handen van hun lieve moeder. Ook ik ben dan super trots. Trots op twee dochters die stap voor stap hun angst hebben overwonnen, dood nog wel eng vinden maar niet zo eng meer om bij de overledene te zijn, toch even aan te raken en afscheid te nemen. Als één van de dochters nog één wens heeft dan ben ik zelfs verbaasd. Zij zou graag haar moeder willen dragen naar het graf ! Met mijn professionele team van dragers regelen we dat de dochter de plaats inneemt van één van mijn heren. Met een euforisch gevoel zie ik een dochter lopen met op haar schouder haar moeder. Een golf van warmte stroomt door mijn hart, zo moet het zijn. Geen angst maar heel veel liefde, ook voor de mens die niet meer leeft….